december 1, 2009

Transparant, open treinstation Calatrave biedt toegangspoort tot Luik

Stuk uit Ruimtelijke Ontwikkeling Magazine  November

Calatrava in Luik

november 5, 2009

‘Schelpdiersector moet meer marktgericht denken’

In dit nummer/Vis in bedrijf, oktober 2009 – Thema: Transport / Logistiek

‘Schelpdiersector moet meer marktgericht denken’
De productie van mosselen in Europa is de afgelopen jaren gestegen, maar die van Nederland is gedaald. Om Zeeland haar centrale plek in de schelpdiersector te doen behouden, is meer samenwerking en innovatie noodzakelijk.

www.visinbedrijf.nl

mei 24, 2009

De bierhistorie achter de Brusselse gangetjes

Dit verhaal verscheen eerder in de regionale Wegener dagbladen

Brussel was ooit een stad vol gangetjes die de toegang waren tot honderden cafés. Loop mee met de Geuze-Faro en Lambiekwandeling langs een rijke geschiedenis vol bier en cafés waarin ook een rol is weggelegd voor de Brusselse lucht.

door Boris Peters

Voor het vertrek vanaf het Brusselse centraal station moet Sonja De Smedt  even een rugzakje overhandigen aan een dakloze. ,,Was ie vergeten”, zegt ze monter.  Het is kenmerkend voor de flamboyante Brussels gids. Of het nu de patroon in een oud volkscafé, de burgemeester of de eigenaresse van een modeboetiek is, Sonja  kent ze allemaal. Waar ze ook alles over weet, is de cultuur rond het Brusselse bier.
De wandeling van vandaag leidt eerst langs de Marollen, een bekende volkswijk dichtbij het centrum.  ,,Alleen in de Marollen waren er vroeger al 300 cafés. Die zaten vaak waren verscholen aan het eind van een van de vele gangetjes”, zo vertelt Sonja.
Aan de basis van het typische Brusselse bier staat de lambiek. Lambiek kan alleen in Brussel en in het Pajottenland ten zuidwesten van Brussel gebrouwen worden. ,,Dat heeft te maken met een speciale microbe die er hier in lucht zit”, legt Sonja uit. Voor ze met haar uitleg verdergaat groet ze even een 80-jarige naaister die achter een etalageruit aan het werk is.
Lambiek is bier dat ontstaat door een spontane gisting met wilde gisten die zich in de buitenlucht bevinden. Door aan lambiek griottes, een soort kersen, toe te voegen ontstaat kriek. Faro is het eerste aftreksel van lambiek waar kandijsuiker aan is toegevoegd en heeft een laag alcoholpercentage van ongeveer 3%. Voor geuze wordt oudere, uitgegiste lambiek gemengd met jongere lambiek, waarna ze in geuze-champagneflessen hergisten, de zogeheten “le marriage parfait”.
Een van de hoofdaders van de Marollen is de Hoogstraat. Boven de voordeur van nummer 15 hangt een straatnaambordje met de naam Voorzienigheidsgang.  Aan het eind van de 19e eeuw waren alleen in de Hoogstraat al zo’n 247, nu nog 43, van dit soort gangen, die naar een soort wijkjes achter de wijk leiden. Tegenwoordig is het merendeel hiervan helaas afgesloten.
In  het lage gedeelte van de Rollebeekstraat, een levendig straatje vol restaurants dat van de Hoogstraat naar de chique Grote Zavel leidt, prijkt op  een gevel de datum 1587 en de naam L’Estrille du Vieux Bruxelles. Waar nu achter een gangetje een restaurant is, was vroeger een van de eerste Brusselse estaminettes gevestigd. Een soort klein volkscafé, hier meetal roskam genoemd.
Terwijl het richting centrum gaat, legt Sonja uit dat Brussel in vroeger tijden zeer veel verschillende soorten cafés telde. ,,Je had plekken waar je bij iemand in de living iets kon drinken. Dan waren er kavietjes, zeg maar volkscafés.  Estaminettes, hebben hun naam te danken aan de Spanjaarden, die in hun eigen taal vroegen waar de meisjes waren. Verder waren er herbergen, waar je ook kon slapen en hadden kerken en steden vaak hun eigen cafés, waar bijvoorbeeld na de vergaderingen gedronken kon worden.  Tot slot waren er veel brouwerijen die een etablissement ernaast hadden, de zogeheten brasserieën of kammen en de grand cafés, waar je schaaldieren kon eten.”
Helaas voor de vrouwen waren cafés vroeger alleen voor mannen. Pas later, in de 19e eeuw, kwamen er voor de vrouwen koffiehuizen.

Goudblommeke in papier

Bij het Goudblommeke in Papier aan de Cellebroersstraat is de ontvangst hartelijk.  Sonja krijgt spontaan een biertje aangeboden. Het Goudblommeke is een bruin café met een rijke geschiedenis, dat eerst door de dadaïsten en later door de surrealisten werd bezocht. Onder de vaste klanten uit het verleden beroemde namen als de schilder René Magritte en de schrijvers Louis Paul Boon en Hugo Claus. De laatste vierde er zelfs zijn eerste huwelijk. Tegenwoordig is het café een officieel monument waar nog steeds regelmatig schrijvers worden gesignaleerd.
Voorin staan er  tafels en een ouderwetse stoof. Dan komt de toog, waar gasten ook kunnen staan ,,En achterin is het vrijershoekje”, aldus Sonja. Een gebruikelijke indeling voor een dit soort cafés.
Op tafel verschijnt een geuze. Onder het genot van het ambachtelijke biertje vertelt de gids dat er op de plek van een van de ramen vroeger een vondelingenschuif zat. Jongetjes werden door de Cellebroeders opgevoed, meisjes gingen naar de Zwart – en Grauwzusters.

Gilbert heft een lied aan

In een straat niet ver van de Grote Markt leidt een smalle gang naar het  l’Imaige de Nostre-Dame estimanet. Het is pas vier uur ‘s middags maar de zaak zit al vol. Sonja wordt met twee kussen begroet door vaste klant Gilbert, waarna ze samen een vrolijk lied aanheffen.
Een paar meter verder op leidt een volgende gang naar Au Bon Vieux Temps waar boven de toog een koperen kwartel in een kooi hangt. ,,Op een gegeven ogenblik kreeg je ‘goede’ en ‘slechte’ herbergen. In de laatste hing vaak een kooi met een vogel buiten. Vogel buiten, manneke buiten, vogel binnen, manneke binnen”, verklaart Sonja de verwijzing naar praktijken van weleer.
Langs de gang die naar estimanet  la Bécasse (de Snip) leidt, gaat het richting Le Cirio. Het beroemde café in de schaduw van de beurs straal met een prachtig Art Nouveau-interieur uit 1886  pure klasse uit. Deze plek was onder meer populair bij Jacques Brel. Lang voor zijn tijd verzamelden zich hier echter vooral beurshandelaren. Die dronken geen bier maar champagne. Behalve als ze verloren hadden, dan vroegen ze om een een half om half, een half glas witte wijn tot de rand aangevuld met een schuimwijn of cremant.
Rond Le Cirio hingen vaak ‘entreneuzes’ rond, ondernemende vrouwen die een rijke beurshandelaar aan de haak probeerden te slaan om zich te laten onderhouden. De dames wisten dat ze niet voor de mannen met boordevolle glazen moesten gaan, daarin zat immers geen champagne.
Hoewel er dus contacten werden gelegd, gebeurde dat niet geheel openlijk. ,,Loop maar eens het toilet in. Tussen het heren- en het damestoilet zit een klein deurtje. Dat kan alleen van de dameskant open. Als de dame door dat deurtje de heer bereikte en ze samen naar buiten kwamen, was het in orde”, legt Sonja uit. Het deurtje doet het overigens nog steeds en ook de half-om-half wordt nog steeds royaal geschonken.
Een mooie plek om de tocht af te sluiten is A la mort Subite, een ander Art-Nouveau pareltje, gelegen direct achter de prachtige Sint Hubertus Galerijen. Dit café, dat al decennia lang in handen is van de familie Vossen, dankt zijn naam aan een oud spelletje dat hier al vaak gespeeld werd toen het café nog la Cour Royale heette. Bankiers kwamen hier voor een drankje voordat ze de trein naar huis namen. Vaak ook werd daarbij met de pitjesbak gespeeld, een soort dobbelspel. Wie het laatste potje verloor moest een Tournée Générale (een rondje) geven wat figuurlijk Le Mort Subite, de onmiddellijke dood, betekende. De uitdrukking raakte zo ingeburgerd dat niet alleen het café van naam veranderde maar ook de geuze voortaan de toevoeging Mort Subite kreeg.

Praktisch:

Sonja de Smedt leidt Gidsenvereniging Polymnia uit Grimbergen, die met tientallen gidsen al meer dan 20 jaar wandelingen in onder meer Brussel verzorgt. Wij gingen mee met Geuze,  Faro en Lambiekwandeling. Een wandeling duurt ongeveer drie uur en kost 105 euro, exclusief drankjes, met maximaal 25 deelnemers per groep. Op bepaalde momenten kan men ook individueel inschrijven op wandelingen, dan betaalt men 8 euro per persoon.
www.polymnia.be

Tel.:   0032 2 269 82 92
Gsm:  0032 475 41 07 67

Sonja  komt in getekende versie ook opdraven in de strip Stam & Pilou, nummer 13: De kathedraal krakers.

maart 3, 2009

Enkele voorbeelden

Gemiddeld twee dagen per week werk ik voor het ANP in Brussel. Hierbij enkele voorbeelden van artikelen in verschillende media:

Voorbeeld van website NRC

Voorbeeld Telegraaf Website

januari 8, 2009

Garnalenhandel heeft lastig jaar achter de rug

Dit verhaal verscheen eerder in het decembernummer van Vis in Bedrijf

De garnalenhandel hoopt op een Kerstperiode met goede verkopen. Komend jaar zal mede in het teken staan van het terugwinnen van de consument.

door Boris Peters

Tweeduizend en zeven was een slecht garnalenjaar. De aanvoer van garnalen aan het begin van het garnalenseizoen was gering. Handelaren konden daardoor niet, zoals gebruikelijk, tegen redelijke  prijzen voorraad aanleggen. ,,In 2008 was het daardoor zo dat in januari/februari tegen elke prijs ingekocht werd met als resultaat veel te hoge garnalenprijzen, die lang aanhielden”, zegt  Cees Machielsen, commercieel manager bij Klaas Puul.
Ook Roel Soldaat van Heiploeg, waar ook Goldfish onder valt, stelt dat de prijzen van ongepelde Noordzee garnalen begin dit jaar ‘de pan uitrezen’. Er werd zeven, acht en zelfs tien euro inkoop betaald. Garnalen, en zeker gepelde garnalen, waren duur voor de consument.
Soldaat: ,,Rond juli/augustus was er een kentering en momenteel zijn er weer explosief veel garnalen. Wij hanteren dagprijzen maar het duurt soms lang voor de detailhandel de prijzen voor de consument aanpast.” Deels is dat volgens hem begrijpelijk. ,,Ze hebben eerder in het jaar ingeboet op ingecalculeerde marges en willen daar iets van goedmaken.”
Maar hoge prijzen, daar zijn de handelaren het over eens, remmen de verkoop af. ,,Bovendien blijft bij de consument het idee hangen dat garnalen duur zijn”, aldus Soldaat. Machielsen zag in sommige restaurants in België, traditioneel de belangrijkste afzetmarkt, de Noordzee garnaal zelfs van de menukaart  verdwijnen. Zijn ervaring is dat het al vlug een half jaar kost om de klanten terug te winnen.
De handel is dit jaar wel hoopvol over  een goede Kerstperiode met betaalbare garnalen, ongeacht of ze thuis of in een restaurant worden gegeten.

Volgend jaar

Machielsen hoopt dat volgend jaar een MSC-certificatie voor garnalen ingevoerd kan worden. Iets waar veel vraag naar is bij de afnemers. “Met onder andere nieuwe netten kan de ongewenste bijvangst inmiddels behoorlijk gereduceerd worden. Ik verwacht dat er nu snel een beslissing volgt MSC voor Noordzee garnalen.”
Voor Heiploeg zijn vooral de machinaal gepelde garnalen het product van de toekomst. Groot voordeel is dat de garnalen zo meteen na de vangst gepeld en verpakt kunnen worden in Lauwersoog. De firma heeft veertien pelmachines in gebruik en volgend jaar komen er nog tien bij. “De onderhandelingen met meerdere grote afnemers zijn inmiddels afgerond. Het komende jaar wordt gezorgd voor een bredere verkrijgbaarheid met meer verkooppunten. Zowel bij de betere vishandel zoals het Visgilde, als bij de groothandel, denk aan Hanos en de Makro, zal onze garnaal verkrijgbaar zijn”, aldus Roel Soldaat.  Aardig is dat op het sluitzegel de naam van het schip dat de garnalen gevangen heeft staat.
De ontwikkelingen rond de pelmachines worden natuurlijk ook door andere garnalenhandelaren in de gaten gehouden. ,,Wij kijken altijd wat er in de markt gebeurt maar zelfs al hadden we plannen in die richting, dan nog vertelde ik het u niet”, zegt Huub Lacor, eigenaar en directeur van Roem van Yerseke. Lacor vindt het goed dat er een correctie is gekomen op de te hoge garnaalprijzen, ,,maar het is wel zo dat de prijzen momenteel misschien wel te laag zijn voor de visserij.”
In de visserij zorgt de lage prijs, die in november onder de twee euro -ver onder de kostprijs- lag, voor veel onrust. ,,Onze grootste zorg is de slechte uitgangspositie voor 2009. De ervaring leert dat een lage  prijs slechts heel moeizaam weer omhoog gaat. Ik verwacht zeker voor de rest van het jaar problemen in de garnalenvisserij”, aldus Johan Nooitgedagt, voorzitter van de Nederlandse Vissersbond.  Over het hele jaar genomen, was 2008 volgens hem voor de garnalenvissers overigens ‘best een goed jaar’. En ook voor de toekomst is hij positief  ,,Ik ben er van overtuigd dat de blijvers en volhouders over een zekere periode een riant leven hebben dankzij goed en slim ondernemerschap.” MSC-certificering hoort daar in zijn visie zeker bij.

januari 7, 2009

Wintersport in Belgie

Afgelopen dinsdag (6/1) was het in de Belgische Oostkantons zo’n -1o graden Celcius bij helder, zonnig weer. Hoewel er maar net voldoende sneeuw lag waren de pistes open. Hierbij  een reportage die ik voor het ANP maakte.

Langlauf Langlaufen in Baraque Michel

Nederlanders op de lange latten door België

OVIFAT (ANP) – Echt veel sneeeuw lag er nog niet, maar zo’n veertig kilometer zuidelijk van Zuid-Limburg, in de Belgische Oostkantons, kon dinsdag gelanglaufd en geskied worden.

Verschillende langlaufpistes waren open en in Ovifat kon zelfs geskied worden. Aangezien de kerstvakantie voorbij is en er maar net voldoende sneeuw lag, was het rustig op de pistes. Toch waren er dinsdag enkele Nederlanders te vinden op de lange latten.

Loeke Bergstein uit Utrecht bijvoorbeeld met Willem Boot die in Madrid woont. Ze waren maandag een dagje in Maastricht, maar hadden de ski’s voor de zekerheid meegenomen. ,,Op internet zagen we dat de pistes open waren”, aldus Willem, die een jaar of vijftien geleden ook al eens in Ovifat was. ,,Er moet nog een beetje sneeuw bij, maar het was toch best aardig skiën, zeker voor beginners”, aldus het duo dat het tegen vieren voor gezien hield.

Op de meeste plekken in de Oostkantons lag 10 centimeter sneeuw of minder, net genoeg om te skiën en te langlaufen. Ondanks de zon was het dinsdag koud, met temperaturen tot min 10 overdag.

Volgens Guther Elsen, baas van de piste in Ovifat, kwamen er dinsdag zo’n tweehonderd mensen langs de kassa. Op een drukke dag zijn dat er duizend tot wel tweeduizend. Ovifat was dinsdag de enige plek in België waar geskied kon worden. ,,Helaas was er maar één lift open”, aldus Loeke Bergstein.

Alleen de rode en blauwe piste waren open, evenals de rodelbaan. Dit tot vreugde van twee jongens uit het Vlaamse Turnhout, die rond een uur of vier met sleetjes aankwamen. ,,Tsja, we hebben een baan in de bouw, dus er wordt toch niet gewerkt”, zeiden ze lachend.

Een paar uur eerder zetten Truus van der Wall en Niko Kloosterhof uit Zuidhorn in Groningen in Baraque Michel hun eerste voorzichtige stappen op langlaufski’s. ,,We zijn hier in de buurt op vakantie en zouden vandaag eigenlijk naar Bastogne gaan”, aldus Niko.

Voor Truus is het de eerste keer dat ze langlauft, maar de eerste paar honderd meter gingen alvast voorspoedig. De twee hebben voor 8 euro de man ski’s gehuurd en maken een tocht van een paar kilometer in een prachtig wit landschap vol besneeuwde dennenbomen.

De jonge eigenaar van de skiverhuur, Roland Jacques, was ook maandag al open. ,,Er belde een groep, dus ben ik maar opengegaan”, zegt hij. Maandag had hij twintig klanten, dinsdag enkele tientallen.

Sneeuw viel er dinsdag niet meer in de Oostkantons. Gunther Elsen van de piste in Ovifat kondigde dinsdagavond alvast aan dat hij woensdag dicht zal zijn.

ski11De skilift in Ovifat

december 4, 2008

KERSTCADEAUTJE?

NOG OP ZOEK NAAR EEN LEUK KERSTCADEAUTJE? DENK EENS AAN CULTUREEL GASTRONOMISCH MAGAZINE BOUILLON! www.bouillonmagazine.nl

HIERONDER DE INHOUD VAN HET WINTERNUMMER :



Coverfoto
‘Frozen champagne bottle’ is van Bruno Ehrs, een gerenommeerde Zweedse fotograaf.

Berichten uit de bonte restaurantwereld

Parkheuvel moet een mondiale eetplek worden
tekst Will Jansen
‘Het is tijd voor de grote schifting’ zegt Parkheuvels patron cuisinier Erik van Loo bedachtzaam, met de herfstzon in zijn gezicht. ‘Die financiële crisis brengt onrust, maar de kwaliteit wint en alles wat overal te koop is, gaat op de helling.’
Restaurant Parkheuvel is een monument. Niet alleen vanwege uiterlijk,locatie, het intieme park en de Maas die vlak langs stroomt, maar vooral omdat hier, op deze heilige plek voor het eerst in de Nederlandse culinaire geschiedenis een derde ster in de Michelin gids werd binnen gehaald. In de editie van 2003 is het Cees Helder die voor deze historische score zorgt. Meteen is daarmee de huidige eigenaar, Erik van Loo, de eerste Nederlander die het aandurft om een drie sterren restaurant over te nemen. Dat is in de zomer van 2006, midden in het seizoen nog wel. Het hele verkooptraject heeft zich in het grootste geheim afgespeeld, waardoor de heren van Michelin in Brussel en Parijs niet bepaald pleased zijn, want dat zijn ze nooit als hun gids door de actualiteit wordt ingehaald. Misschien dat Van Loo en zijn vrouw Anja het daarom extra te verduren krijgen bij de 2007 editie, dat najaar. Van de drie sterren blijft er nog maar één over, terwijl hij in de keuken van De Zwetheul toch een klein decennium goed is geweest voor twee sterren.

Bier, de Egyptische godendrank
tekst Henri Reuchlin
De bewoners in het oude Egypte geloofden in een dorstig leven, zelfs na de dood. De Katholieke Universiteit van Leuven ontdekte onlangs het ongeschonden graf van een hoge ambtenaar uit de tijd van de farao’s. Die ambtenaar, Henu, leefde 4.000 jaar geleden, was directeur van de domeinen en een unieke hoveling, stond te lezen op de kist waarin zijn mummie gevonden werd. Op de oostkant van de kist waren twee ogen geschilderd, zodat hij als dode iedere dag kon genieten van de zonsopgang. Op en naast de kist stonden kleine geschilderde houten beeldjes. De onderzoekers van de universiteit vonden een schip met roeiers om Henu naar het land van de doden te varen. Om er zeker van te zijn dat hij daar geen honger zou lijden of dorst zou hebben, gaven zijn nabestaanden beeldjes mee van vrouwen die graan malen, brood bakken en bier brouwen.

Dé restaurantrecensent van Malaga stopt er mee
tekst Jacques Meerman
tWie mijn artikelen voor de bouillon vaker gelezen heeft, weet dat ik samen met een vriend een wekelijkse restaurantkritiek schreef voor een krant in Málaga. Daar ben ik mee gestopt. De redenen doen er even niet toe, maar ik heb het in elk opzicht een leerzame ervaring gevonden. Dat komt misschien vooral omdat de min of meer objectief bedoelde culinaire kritiek, zoals we die in Nederland kennen, in een stad als Málaga, een ongehoorde noviteit was, die angst en beven bleek te wekken. Een restaurant dat een gunstige bespreking in een krant wilde, moest daar tot die tijd voor betalen, en negatieve besprekingen kwamen dus niet voor. Mijn vriend en ik brachten daar een paar jaar geleden verandering in, en de gemoederen laaiden af en toe hoog op. ekst Jacques Meerman

Smullen in de Hanzesteden Lübeck en Groningen
tekst Jos Rietveld
In Visby, eeuwenlang de voornaamste handelsstad van Noord-Europa, krijgen we een voorbeeld van de invloed van het Hanzeverbond, letterlijk en figuurlijk op ons (gebaks)bordje geschoven. In de foyer van het Gotlands Fornsal, het zeer bezoekwaardige museum vol goud- en zilverschatten van de Vikingen, staat onder andere op de kaart: Gotlädsk Saffranspannkaka. Geserveerd met, zoals dat hoort, vispgräde, geslagen room en salmbässylt, bramenjam van een soort die alleen op de kalksteenbodem van Gotland groeit. De Zweedse natuurkundige Carl Linnaeus (1707–1778) maakte op zijn botanische reis al in 1741 kennis met deze Rubusachtige. Saffranspannkaka, is een soort rijstevlaai waar ingrediënten als kardemom, zoete en bittere amandel en kaneel in verwerkt zijn. De gele kleur komt van saffraan.

Met Robert Kranenborg op zoek naar die super nasi
tekst Will Jansen
In’Te gek, man, in Kuala Lumpur, al die straatjes vol eetstalletjes met hun eeuwenoude familierecepten. Lekker snaaien uit de traditie. En dan Bali, het eiland dat er uit ziet zoals het in de boeken staat weergegeven. Met die invriendelijke mensen en die superheerlijke nasi!’ Robert Kranenborg staat meteen weer het water in de mond wanneer je over Maleisië en Bali begint.
Zwervend en proevend door Kuala Lumpur, de feeërieke hoofdstad van Maleisië en vervolgens ontspannen genieten van de Balinese keuken, het is een bijna paradijselijk aanbod.
Tien dagen de intense smaken van de hawker stalls en de hi-end restaurants, de gourmet safari in Feast Village, alles in smaak alleen nog maar in verfijning overtroffen door de heerlijkheden van Bali. En dat onder de gidsende leiding van de mentor van de Nederlandse keuken, zoals Robert Kranenborg door veel mensen in het vak gezien wordt. gesprek met een banaan
tekst Petra Essink

Ik ruik mensenvlees
tekst Lizet Kruyff
In november 2003 biedt de bevolking van het dorp Navosa in Fiji excuses aan voor het doden en opeten van de Engelse dominee Thomas Baker door hun voorouders in 1867. Ceremoniële geschenken voor de nabestaanden van Baker bewijzen het oprechte berouw van de inmiddels tot het Christendom bekeerde inwoners van Fiji. Baker is het bekendste slachtoffer van kannibalisme in de 19e eeuw, omdat Jack London er in 1915 een verhaal aan wijdde in zijn bundel South Sea Tales. Veel cartoons zouden verschijnen over missionarissen die in de pot belandden op willekeurig welk exotisch continent. Het is het klassieke beeld dat hier leeft van wat kannibalisme is: de ongebruikelijke bloeddorstige praktijken van ongetemde stammen. Is dat een cliché?

In gesprek met een banaan
tekst Petra Essink
We gaan een spelletje doen. Gaat u, in gedachten, aan uw favoriete eettafel zitten, met mensen om u heen die u graag mag. Weet goed in welk huis, in welke tuin of in welk restaurant u zich bevindt. Hoe ziet uw omgeving eruit? Zijn er andere mensen aan andere tafels? Is er muziek, geroezemoes of stilte? Op wat voor soort stoel zit u? Is het behaaglijk? Vul dat allemaal goed in. Zelden was u zo in uw element. U heeft de tijd.
Voor u op tafel staat een gerecht dat uw genoegen zal gaan vervolmaken: een schaaltje yoghurt met in plakjes gesneden banaan.
Ho stop. Ja, natuurlijk kan het zijn dat u op dit moment naar iets heel anders verlangt… maar haak nog niet af …speel het spelletje nog even mee.
We gaan verder. De in het rustige en sneeuwwitte yoghurtbed drijvende bananenplakjes geven een heerlijke zoete geur af. Ze zijn mooi lichtgeel en glanzen een beetje. Naast de kom ligt een lepel. U neemt de lepel in uw hand en neemt een hapje van de yoghurt. Die is zurig of romig? Misschien een beetje gezoet? Hoe voelt de structuur in uw mond. Is ze dik of juist dun? Hoe is de temperatuur? U neemt de tijd en geniet. Rustig slikt u uw eerste hap yoghurt door. Daarna schept u een stuk banaan op uw lepel en brengt die naar uw mond. Op weg naar uw mond wordt de geur van de banaan sterker. U hapt de banaan van de lepel. Wat voelt u? Is ze hard of zacht, ruw of glad? Bijt er in en laat uw tong langs het vruchtvlees gaan… hoe smaakt ze? Zacht, zoet en melig of juist stevig?

Een neus voor Londen, dinerend langs de wereldkeukens
tekst Simone Brummelhuis
Een prima adres is Malabar, het bestaat al jaren, zit achter Notting Hill Gate, en voldoet voor de locals. Redelijk sober ingericht met een pittige keuken, de gerechten worden geserveerd op ijzeren borden. Verder heb je natuurlijk op Brick Lane de Curry Mile, een enorm aantal restaurants bij elkaar. Wij probeerden Bengal Village, dat prima gerechten serveerde. De inrichting voelt alleen aan als een beetje een mislukte Ikea eetkamer. Hip Indiaas eten doe je bij Urban Turban, op Westbourne Grove. Je krijgt de voorgerechten als tapas in schaaltjes en papieren zakjes, nogal trendy maar ook goed. Alleen de hoofdgerechten vallen wat tegen. Bij Amaya is het vooral de spectaculaire inrichting en de grote keuze aan grill gerechten die indruk maken. In de Westend is Red Fort een vertrouwd adres. Je begint er beneden bij Akbar, voor een cocktail en je eindigt er voor de after dinner dance. Op straatniveau is het stijlvol ingerichte restaurant. Een zeer pittige keuken.

In Osnabrück staat een wonderkok achter de kachel
tekst Will Jansen
Er zijn momenten die het leven zeer de moeite waard maken. Zoals uitgenodigd worden om namens bouillon! kennis te maken met de vorstenkeuken van Thomas Bühner (1962) van restaurant La Vie in Osnabrück. Comfortabel 1e klas met de Deutsche Bundesbahn erheen gereden worden; overnachten in het aangename familiehotel Walhalla, einmalig genießen bij meneer Bühner, met als toetje de volgende dag een intensieve rondleiding door het Felix Nussbaumhaus, ontworpen door Daniël (Ground Zero) Liebeskind. De muziek mag wat zachter nu.
Osnabrück, negentig kilometer voorbij Enschede, is een mooie stad, met een robuuste basiliek, oude stadsmuren, een uit de kluiten gewassen wandelgebied vol historische gebouwen en een monumentaal stadhuis. Ten tijde van de Vrede van Münster, het einde van onze tachtigjarige oorlog met de Spanjaarden, tekenden vertegenwoordigers van de vechtende partijen in de dertigjarige Oorlog er de Vrede van Osnabrück. Er woonden toen zo’n tienduizend mensen. Anno 2008 telt de stad pakweg 300.000 inwoners, waarvan er dertigduizend student zijn aan een van de twee universiteiten.

Culinair Lotharingen, vergeten hoek vol verrassingen
tekst Nelly de Zwaan
Elzas en Lotharingen dat was een soort Siamese tweeling, leerden we op school. Ter plekke vinden ze dat onzin. De streken grenzen weliswaar aan elkaar, maar verschillen enorm. Tegenwoordig presenteert Lotharingen zich trots als de Lorraine. Het is er prachtig, je kunt er interessante dingen zien en je kunt er lekker eten. Met de TGV naar Metz, here I come!
Metz is ruim voorzien van groen, glamour en geschiedenis, met veel imposante, goed gerestaureerde gebouwen, zoals de zestiende-eeuwse citadel waar Le Magasin aux Vivres is gevestigd. Chef Christophe Dufossé is ongetwijfeld een bewonderaar van Ferran Adrià want hij serveert virtuele dobbelsteentjes spek bij de vis, werkt met schuim en dient de aspergesoep koud op in een laboratoriumbuisje. Lekker is het wel wat hij kookt, die Michelinster kreeg hij natuurlijk niet voor niets. Hij werkt veel met foie gras want daar staat de Lorraine om bekend. Ganzenlever zit in vloeibare vorm verwerkt in een gefrituurd balletje dat hij bij de aspergesoep serveert. Ook zit er een dikke plak op de hure de porcelet en verrine, een soort zachte preskop, geserveerd in een glazen steelpannetje, afgedekt met een schuimlaag met abrikozencompote er naast in een glaasje.

Maar weer eens een glaasje Madeira my dear?
tekst Kees Haakman
Te zoet, scherp, niet cool, oubollig, nee laat maar, doe maar een portje, oh voor in het eten, toch? Dat zijn zo’n beetje de gebruikelijke reacties als Madeira ter sprake komt in mijn vriendenkring. Bij de plaatselijke slijter in mijn Utrechtse volkswijk zijn slechts twee varianten te verkrijgen: medium sweat en medium dry en je betaalt er al gauw een tientje voor. Je kunt net zo goed voor enkele euro’s een veel makkelijker te drinken tawny port of sherry kopen. Maar dat is voor die prijs allemaal een beetje nep, want zo’n amberkleurige en dus oude tawny-port krijgt die lichte kleur net zo makkelijk door bijmengen van witte wijn.
De goedkopere Madeira heeft een wat scherpe smaak, door de goedkope brandy die ze er bij doen, terwijl de rokerige karamelsmaak onstaat door het verwarmen van de wijn in stoomketels. Nee, populair is Madeira in Nederland niet, maar dat zou kunnen veranderen. Sherry bijvoorbeeld, had lang het imago van favoriete huisvrouwendrank, maar is door goede marketing een kwaliteitswijn aan het worden.
Portugal wordt meer en meer populair, de keuken raakt bekend en daarmee ook de wijnen die goed zijn en in verhouding weinig kosten. Dus wie weet wat er met Madeira gaat gebeuren. Nu gaat er hooguit gaat er een miniflesje uit de supermarkt door een gerecht, al zijn er wel liefhebbers voor een glas Madeira bij de bouillon of bij een chocoladedessert. Maar een goede fles, van één enkele druivensoort en een jaar of twintig oud, kost al gauw honderd euro.

In Nederland wordt puike rosé gemaakt
tekst Bouke Vlierhuis
De vaderlandse wijnbouw staat volop in de belangstelling. Wat doet een, op het eerste gezicht verstandige, rationeel denkende, nuchtere Hollander besluiten om juist in Nederland, ver van de traditionele, zonovergoten wijngebieden, druiven te gaan verbouwen en daar zelfs wijn van te maken. En is dat eigenlijk wel zo gek? Er wordt in Noord-Duitsland al eeuwen wijn gemaakt. En met de technologische ontwikkelingen en de klimaatveranderingen in het verschiet…
In het begin van de dertiende eeuw plantten de Cisterciënzer monniken hun eerste wijnstokken in de buurt van het stadje Werder, iets ten zuidwesten van Berlijn, ruwweg op dezelfde breedtegraad als Amsterdam en Zwolle. Halverwege de achttiende eeuw produceerde het gebied 1650 hectoliter wijn per jaar van ongeveer honderd hectare wijnstokken. Goed, er ging wel eens een oogst verloren als het vroor en in de negentiende eeuw schakelden de meeste telers over op consumptiefruit, maar tot op de dag van vandaag is het gebied officieel de noordelijkste appellation van Europa.

Truffels voor de gewone sterveling
tekst Renate van der Bas
Al die opwinding over de truffel, waar gaat het eigenlijk over? Sinds tien jaar woon ik in een Franse streek, vergeven van deze ondergrondse zwam: de Aude, het Katharenland van Carcassonne, aan de voet van de Pyreneeën. Van een truffel-mania zal hier ook deze winter weer geen sprake zijn, maar het tij is wel aan het keren.
Scène in de keuken van mijn buren: als het seizoen daar is, en Madame staat in de pan te roeren, dan wil ze Monsieur er nog wel eens op uitsturen om een truffeltje te zoeken. Papi trekt z’n laarzen aan, fluit de hond, kijkt even rond of niemand hem ziet en verdwijnt dan tussen de steeneiken. Om na niet al te lange tijd terug te komen met een bijna zwart, onregelmatig gevormd klompje. Mami kijkt tevreden naar haar man: ze hebben het goed. Ze neemt de truffel in ontvangst en gaat zwijgend verder met haar werk. Hij hangt z’n jas aan de haak, gaat weer zitten waar hij zat en bladert wat in de tv-bode. Even later komen de geuren los. Zo was dat hier altijd met truffels: die hou je voor jezelf. De Aude is een van de meest geschikte streken voor het vinden van truffels, met z’n kalkrijke bodem, ongebruikte terreinen, eikenbosjes en zon. Het is hoogstens de laatste jaren te droog. Voordeel is dat er geen truffels wegrotten, maar ietsje meer vocht zou de oogst wel rijker maken.

Michel van der Kroft is een fijne kok
tekst Will Jansen
Alain Caron en ik zijn op pad gegaan om restaurant ’t Nonnetje aan de culinaire tand te voelen. De chef kok, Michel van der Kroft volgen we al jaren. We kennen hem uit zijn tijd bij Le Garage, de Metropole en de Kersentuin. Mijn eigen echtgenote steekt nooit onder stoelen of banken dat ze bij de Kersentuin het allerlekkerst van haar leven heeft gegeten. Dat zet spanning op ons bezoek. Redt hij het, daar in het o, zo Hollandse Harderwijk, of redt hij het niet? Aan de overkant heeft restaurant Basiliek een Michelin ster en veel weerklank, dus de concurrentie zit hem op de lip.
Robert-Jan Nijland, al tien jaar eigenaar van het charmante restaurant aan de fotogenieke Vischmarkt in Harderwijk, is in zijn nopjes met zijn parttime inspecteurs en staat ons aan de deur op te wachten. Anoniem is het allemaal niet en zijn chef, Michel van der Kroft, draait al de hele dag om de startblokken. Hij weet wie hij aan tafel krijgt. Daar staat tegenover dat we onze op- en aanmerkingen na afloop direct gaan doornemen met de chef en de eigenaar. Dus geen onaangename verrassingen in een gids die je voor een jaar kunnen vastnagelen als slordig, ongastvrij of niet van niveau, wat ze daar dan ook mee willen zeggen.

Frieten!
tekst Eric Bracke
In het Hôtel des Colonnes in Waterloo was men vertrouwd met het Franse chauvinisme toen Baudelaire er in 1861 over de vloer kwam. De dichter wilde de frieten proeven die Victor Hugo had omschreven als ‘blond, knapperig en zacht tegelijk. Een meesterwerk van bakkunst, zeldzaam in België.’ In zijn artikel ‘Quatre jours avec Baudelaire’ schrijft Maurice Kunel dat Baudelaire de ‘exquise’ frieten op zijn bord met de vingers at, zoals de literaire gourmet Brillat-Savarin had aanbevolen. Typisch voor Parijs, aldus Kunel, ‘zoals ook friet een Parijse vinding is.’ Geroepen door de smikkelende heerschappen, toonde waard Joseph Dehaze maar weinig nationale trots. Zonder blikken of blozen vertelde hij dat de Franse ballingen van 1851 de frieten in Brussel hadden geïntroduceerd. ‘Voordien kenden de Belgen ze niet. De twee zoontjes van meneer Victor (Hugo) hebben ons geleerd hoe ze te snijden en te bakken in olijfolie of reuzel en niet in het walgelijke ossenvet of schapensmeer, zoals vele van mijn landgenoten doen, uit onwetendheid of spaarzaamheid’ citeert Kunel.

Het enige echte Frietmuseum
tekst Boris Peters
In Brugge weten ze het zeker: friet is een Belgische vondst en het is dan ook niet meer dan logisch dat het eerste en enige Frietmuseum ter wereld in België staat. Het sinds 1 mei voor het publiek geopende museum is er gekomen dankzij de Brugse ‘ondernemer in musea’ Eddy van Belle en zijn zoon Cédric.
Vader en zoon Van Belle vonden niet alleen een prachtig historisch pand in Brugge maar, zeker zo belangrijk, ze wisten voormalig friturist, groot verzamelaar van alles wat met friet te maken heeft en bestuurslid van het Belgische Nationaal Verbond van Frituristen, Eddy Cooremans, warm te maken voor hun idee.

Two for the Road
tekst Irene de Vette
Jane en Michael Stern zijn net afgestudeerd aan Yale, ergens in de jaren zeventig, als ze beginnen aan hun eerste grote eetavontuur. Het jonge stel heeft een ambitieus plan: ze willen ieder restaurant in Amerika beoordelen. Dat lijkt ze helemaal niet onmogelijk. ‘We hadden nog niet zoveel gereisd. Toen we de Rand McNally kaart op de keukentafel uitspreidden, zagen we gewoon dat Amerika een behapbaar stuk land is, nog geen halve meter lang, bestaande uit leuke pastelkleurige staten die als bouwstenen op elkaar pasten.’
Ze kopen een tweedehands benzineslurpende, Chevy Suburban, laden hem vol met overlevingsuitrusting zoals een zuurstoftank (Jane denkt die in bergstaten nodig te hebben) en gaan op weg. Autopech, sjofele motels en gemiste afslagen kunnen hen geen moment ontmoedigen.
Zo begint Two For the Road, een hilarisch verslag van een culinaire ontdekkingsreis die nu al zo’n dertig jaar duurt. In een tijd waarin het gastronomisch vizier vooral op haute cuisine was gericht, krijgt het duo een redacteur zo gek hen een miniem voorschot te geven voor het schrijven van een gids die gaat over de beste truckstops, juke joints, diners, barbecue shacks en andere regionale juweeltjes.

Ilja Gort, wippen, wijn drinken, schrijven
tekst Will Jansen
Trommelaar, deunenmaker, marketeer, wijnboer, auteur en filosoof, Ilja Gort (1951) is van alle markten thuis. Goed thuis, want alles wat hij aanraakt, levert vrolijk klinkende munt op. Wie per jaar 1 miljoen flessen wijn aan grootgrutter Albert Heijn slijt, kan normaal gesproken grijnzend aan een naaktstrand gaan liggen. Gort niet. Die werkt zich een versukkeling, vooral ook door het vele schrijven dat hij doet. Zijn laatste boek Het Merlot Mysterie, een echte roman nog wel, oogst veel lof en daar is hij net zo blij mee als toen hij elf was en van zijn vader een drumstel kreeg.

Spiritueel en gastronomisch op bedevaart
tekst Anneke Coopman
Een bezoek aan Santiago de Compostella staat al eeuwen op mijn verlanglijstje en de manier om er te komen verandert naarmate ik ouder word. Eerst lopen, later op de fiets, dan de auto en als ik eindelijk zover ben, ga ik per vliegtuig vanuit Barcelona naar de hoofdstad van Galicië.
Wat heb ik met Santiago? Ik heb geen katholieke wortels, maar ben wel erg geïnteresseerd in hoge energie. De route naar Santiago, el Camino, loopt over leylijnen, de meridiaanbanen van de aarde. Daarnaast is Galicië al duizenden jaren geleden door de Kelten ontdekt. Hier leefden hun druïden, de heilige mannen die veel wisten van hoge energie. Hun geest waart nog rond in Galicië. Hun gebruiken, die altijd in het teken stonden van vuur, water en wind, leven hier nog steeds. Men gelooft aan heksen, geesten en zielsverhuizing. De aarde is heilig. Makelaars verdienen een karig belegde boterham, want je eigen grond verkoop je nooit. Eten en drinken is de bron van hun leven. De producten die hier op tafel komen, zijn met pijn en moeite aan land of zee ontfutseld en dat geploeter verguldt de prachtige schotel met schaal- en schelpdieren of het mooie stuk vlees op je bord. De taal, meer een soort zingen, is het Galego, een mengelmoes van Spaans en Portugees. Veel X-en in de woorden, de J is X, Juan wordt Xoan, Pesces zijn Peixes en Pobo is pueblo. Als je het door hebt, wordt het makkelijk. De vriendelijkheid van alle mensen die we ontmoeten, is bijna shocking. Komt dat door leylijnen en de positieve energie?

De Thai eet op straat
tekst Nelleke Launspach
Dag en nacht hangt boven Bangkok de lokkende geur van houtskool en vers bereidde gerechten. De Thais zijn dag in dag uit met eten bezig. Op elke hoek van de straat is er wel een venter met hapjes of een openlucht restaurantje. Eten en drinken bieden ze aan in plastic zakjes of met elastiekjes op ingenieuze aan elkaar gebonden. Zelfs de zorgvuldig gezette koffie krijg je in een plastic zakje mee, met een rietje aan de zijkant. Thailand biedt een keur aan mooie producten en elke Thai, man of een vrouw, weet er raad mee. Ze maken gezonde gerechten, die fantastisch smaken en er door de felle kleuren ook heerlijk uitzien. Niets gaat verloren, alles wordt gebruikt en gegeten. Van de tenen van een kip maak je een lekkere soep en insecten eet je uit een papieren bakje, met of zonder saus.

Oer-eten en drinken in Wit-Rusland
tekst Will Jansen
Met glimmend rode wangen zingt Olga voor: ‘Drink, drink en eet, het is zo goed voor je.’ Dan klinkt het hele gezelschap hard met de glaasjes zelf gestookte wodka (samogon) tegen elkaar en iedereen neemt een slok. Olga zingt verder, met wodkalichtjes in haar ogen: ‘Maak je geen zorgen. We eten en drinken wanneer we dat willen.’ Haar gekookte kip smaakt in allerlei lagen goddelijk, de bonensoep is koud ook lekker en de ingemaakte komkommer ziltzuur.
We zitten met een man of tien in de echt niet zo grote keuken van Olga Matsukevich, een prominente inwoonster van Motol, een flink dorp zo’n 350 kilometer ten Zuid-Westen van Minsk, de hoofdstad van Wit-Rusland, oftewel Belarus. Olga is ook directeur van het plaatselijke museum, ze is een vrouw met aanzien en geeft ons een cursus borsjt maken, bonensoep op zijn Wit-Russisch, met veel paddenstoelen. En hoe je die paddenstoelen en andere zaken inmaakt, legt ze intussen ook uit. Je kunt zien dat Olga het heeft gemaakt. Haar keuken heeft echte tegels op de vloer en de enorme kachel, waar ook het brood in gebakken wordt, is versierd. Ze heeft me bij binnenkomst als eerste haar inpandige toilet laten zien, een teken van welstand. Olga’s man heeft geholpen bij het schonen van Tsjernobyl, dat verdiende goed. Hij loopt nu verdwaasd rond, zijn huid heeft de kleur van een slecht schoongemaakte melkfles. Maar praat niet over Tsjernobyl, niet over president Loekasjenko en ook niet over de verdwenen Joodse medebewoners. Neem nog een slok wodka, ja?
Heb je het niet zo breed als Olga, dan poep je gewoon buiten in een houten hok, met je billen op wat piepschuim met een gat er in. Lekker midden in de pikdonkere nacht, met een kapot peertje. Hoor ik daar wolvengehuil in de buurt van het meer?

Bouillonnetjes

De Bouillonambassadeurs

Bouillon leest
extra dikke katern met meer dan 70 boekbesprekingen

november 23, 2008

Antwerpen ondergronds

Een tocht door de Antwerpse ruien.

Dit verhaal verscheen op 22 november 2008 in de bijlage van de regionale Wegenerkranten.

Ruien

ondergrondantwerpen1

november 11, 2008

Wapenstilstand

Belgie herdacht 11 november de Wapenstilstand. Negentig jaar geleden kwam er een einde aan WO I.

Wapenstilstand

loopgraven

november 9, 2008

Met de Sputnik naar Moermansk

‘Sputnik’ staat er op de bus  naar de Russische havenstad Moermansk. Vanuit het Noorse plaatsje Kirkenes, is het slechts een uur of vijf rijden. De weg ernaar toe leidt langs een soort zwartgeblakerd maanlandschap en rijen in de modder geparkeerde sovjettanks.

© Boris Peters

Kirkenes in het Noordoosten van Noorwegen is op vele manieren een eindpunt. De snelweg E6 die 2500 kilometer eerder in Oslo begint, eindigt er. De schepen van de Hurtigruten, de beroemde dagelijkse kustverbinding die in Bergen begint, draaien in Kirkenes om en beginnen aan de terugreis. Het is ook de plek waar het Noorse grondgebied eindigt. De grens met de Russische federatie is vlakbij. Kirkenes is daarmee een goed startpunt voor een uitstapje naar Moermansk, met zo’n 380.000 inwoners de grootste binnen de poolcirkel gelegen stad.

heldenstad

De snelste manier om vanuit Oslo in Kirkenes te komen is per vliegtuig.  In Kirkenes en de directe omgeving wonen zo’n zes- van de bijna tienduizend inwoners die de 3900 vierkante grote gemeente Sør-Varanger  telt. Wegwijzers in deze uithoek zijn zowel in het Noors als in het Russisch opgesteld. In de kleine baai die uitmondt aan de Barentzzee liggen roestige Russische vissersschepen zij aan zij.

Op een heuvel dicht bij het dorpsplein prijkt het Russische monument. Het beeld van een Russische soldaat is een eerbetoon aan het Rode Leger dat Kirkenes in oktober1944, na vier jaar bezetting door de Duitsers, bevrijdde. Veel over de harde oorlogsjaren waarin Kirkenes zwaar werd gebombardeerd, is te vinden in het Grenseland Museum aan de rand van het stadje.  De ligging van Kirkenes, dicht bij de strategisch belangrijke ijsvrije haven van Moermansk, maakte het tot een belangrijke plek. De geallieerden stuurden vanuit Amerika en het Verenigd Koninkrijk versterkingen naar Moermansk om te voorkomen dat Duitsers Moskou in zouden nemen. De Duitsers van hun kant legerden zo’n 30.000 man rond Kirkenes in een poging Moermansk in te nemen. De Russen bombardeerden de stad daarom vrijwel onophoudelijk. Het maakt Kirkenes tot een van de meest gebombardeerde steden tijdens WO II. Minder dan twintig huizen stonden na de oorlog nog overeind. Kirkenes herstelde zich vooral dankzij de ijzermijnen en de grote vraag naar ijzer. Tegenwoordig is de in 1996 gesloten AS Sydvaranger-mijn  nog slechts een toeristische attractie.

Sputnik
Het is vandaag de dag van de ‘Russische Markt’, die elke laatste donderdag van de maand op het centrale marktplein plaatsvindt. Vanachter eenvoudige klaptafels proberen enkele tientallen Russen koopwaar als glas, porselein en tweedehands spullen te slijten. Echt storm loopt het niet.

De volgende middag cirkelen er meerdere minibusjes met bestemming Moermansk door Kirkenes.  Er is ook een grotere, oude bus die trots de naam Sputnik op de zijkant draagt. De voorruit vertoont een flinke barst. Een Noors gezin bestaande uit vader, twee kinderen en opa en oma, twee alleen reizende mannen, een Russische vrouw met drie zware tassen en twee dames van het lokale reisbureau zijn vandaag de passagiers.

Lang duurt de rit tot de grens niet. Een goed kwartier, veel meer zal het niet zijn. Een lange rij auto’s staat al te wachten. De Sputnik komt hier dagelijks en dat heeft zo zijn voordelen. De bus passeert de rij en aan de Russische kant van de grenspost wordt het loket met een aanduiding ‘Russian Federation Citizens only’ speciaal voor de inzittende van de Sputnik geopend.  Na de grens voert de reis door een soort maanlandschap. De toendra is hier zwart geblakerd door vervuiling . De vervuiling is veroorzaakt door de nikkelmijnen rond de stad Nikkel. Kilometers hekwerk markeren de grens. Tweemaal wordt er gestopt voor een slagboom waarop een jonge Russische militair in de bus de paspoorten komt controleren. Langs de smalle hobbelige weg staan haveloze kazernes waar lange rijen pantervoertuigen en tanks staan gestald.

Moermansk
Zo’n vijf en een half uur na het vertrekt uit Kirkenes wordt  Moermansk bereikt. Ingecheckt wordt er in Hotel Poliarnie Zori, een van de weinige luxe hotels in Moermansk. Het personeel spreekt er Engels, de kamers zijn goed verzorgd. Buiten, de duisternis is inmiddels aangebroken, merken we hoe lastig het is om geen Russisch, dat gebruik maakt van een afwijkend, cyrillisch, schrift te spreken. Straatnamen, winkel- en restaurantaanduidingen, ze blijven vrijwel allemaal onleesbaar. De weg vragen is ook niet eenvoudig want buiten de grote hotels spreken slechts weinig mensen hier Engels. In het centrum maken lange rechte straten het echter eenvoudig de weg te vinden.

In een zaak waar je staand aan hoge tafels drinkt en eet, bestellen enkele toeristen al wijzend een soort Russische ravioli en halve liters Russisch bier. Niet alleen het warm eten, variërend van borsjtsj (rode bietensoep) tot pizza of kip, maar ook het gebak is hier erg in trek. De zaak, gelegen aan de Prospekt Lenina (Lenin Boulevard), doet niet alleen dienst als eetgelegenheid en bakker maar er worden ook cd’s en flessen alcohol verkocht. Buiten trekt een groot Leninbeeld voor een appartementsblok halverwege de straat de aandacht.

In het hotel zijn onder meer een drukbezochte nachtclub en een bar gevestigd. Voor een biertje of wat anders is er daarnaast nog de Barentsz-Bar. Er zijn veel Scandinaviërs  en ook enkele mooi uitgedoste Russische ‘jongedames’,  die duidelijk wachten op klandizie. Aangezien dit een plek is waar veel buitenlanders komen, liggen de bierprijzen er duidelijk hoger dan elders

Houten huizen
Moermansk werd tijdens WO II vrijwel geheel vernietigd. Slechts op enkele plaatsen in het centrum zijn nog oude houten huizen te vinden. De meeste bebouwing bestaat uit typische betonnen Sovjetflats, onderverdeeld in kleine appartementen. De niveauverschillen in en het feit dat verschillende panden in het centrum met pastelkeuren zijn opgefleurd, zorgen voor wat welkome afwisseling in het straatbeeld. En er is natuurlijk de haven, gelegen aan de Barentszzee. De haven is het gehele jaar door ijsvrij en een belangrijke  bestaansreden voor de stad. In de zomermaanden is het mogelijk hier een van de drie nucleair aangedreven onderzeeërs, uniek in de wereld, te bezoeken. Vlakbij Moermansk is ook de haven van de ‘gesloten stad’ Severomosk, de thuishaven van de Noordelijke vloot van de Russische Federatie. Om deze haven te bezoeken is speciale toestemming nodig. De haven en het omringende deel van de Barentszzee is een waar nucleair kerkhof vol afgedankte nucleaire onderzeeërs en ander wapentuig.

Een goed punt om een stadsrondrit door Moermansk te beginnen is bij ‘Alyosha’. Met dit reusachtige beeld van een soldaat die vanaf een heuvel uitkijkt over Moermansk worden de Russische soldaten herdacht die tijdens WO II het Russische grondgebied boven de poolcirkel verdedigde.  Aan de voet van de enorme betonnen soldaat is er een prachtig uitzicht over de haven en de stad. Een bruidspaar met gevolg komt bloemen voor het monument neerleggen  en laat vervolgens de Russische Champagne knallen. Ook de toevallige passant krijgt een plastic bekertje en een halve fles in de handen gedrukt. Het bruidspaar moet verder want de traditie in Moermansk wil dat bruidsparen alle belangrijke monumenten langsgaan.

Bij de volgende halte, de Sint Nicholas kerk, staat ook al weer een kleine bruidsstoet foto’s te nemen. De orthodoxe kerk, gewijd aan de beschermheilige van de scheepslieden, werd pas in 1992 voltooid. Aanvankelijk stond er op dezelfde plek een houten kerk, gebouwd net na WO II. Rond 1984 vond de geloofgemeenschap echter dat het tijd was voor een stenen kerk. Toen de communistenleiders van de illegale bouw hoorden, stuurden ze mijnwerkers naar de kerk om hem op te blazen. Om dit te voorkomen omsingelden gelovigen de kerk. Uiteindelijk werd besloten dat de kerk mocht blijven staan, maar dat de bouw moest worden stilgelegd. Pas in 1987, als gevolg van de Perestroika, mocht begonnen worden met de afbouw van de kerk.

De kerk nog volop gebruikt. Jonge vrouwen staan met hun baby’s klaar om ze te laten dopen. Gelovigen kussen de iconen. De kerk is van buiten wit geschilderd en heeft grote goudkleurige,  tulpvormige, koepels. De ligging tussen braakliggend  terrein en eindeloze rijen grauwe, grijze flats doet de kerk mooier lijken dan hij  is. Vlakbij staat op een iets lager niveau een roodwit gestreepte vuurtoren. Althans zo lijkt het, in werkelijkheid is het een monument voor alle doden op zee, waaronder ook de doden van de in 2000 gezonken kernonderzeeër Koersk.

Heldenstad
Tijd om terug te keren naar het stadscentrum. Ook hier weer een bruidspaar. Ditmaal bij het standbeeld van Antony Bredov bij de ingang van het stadium aan de Prospect Lenina. Bredov is een Sovjetheld die zichzelf en verschillende Nazi’s opblies met een handgranaat, nadat hij zich door hen omsingeld wist. In de binnenstad zien we op meerdere plekken afbeeldingen van Lenin en van de rode vlag met het hamer- en sikkelsymbool ernaast. Aardig is ook het stadswapen met daarin een vis en een boot, dat samen met een stenen uitvoering van een  heldenmedaille (een vijfpuntige ster aan een rood lint) op een gebouw aan het centrale Sovietsky Konstitutsii plein is aangebracht. De medaille wijst erop dat Moermansk het predikaat heldenstad draagt. Dit vanwege de dappere rol die de stad speelde in de Tweede Wereldoorlog.

Op een van de lokale markten probeert een koopman een berenmuts te verkopen. Een kledingstuk dat tijdens de koude wintermaanden zeer bruikbaar is. De winters in Moermansk zijn lang en donker. Daar tegenover staan slechts korte zomers waarin het juist weer extreem lang licht blijft. Dat maakt het een harde stad om in te leven.

Voor het avondeten lonkt restaurant Tokyo. Bij de ingang rookt een serveerster een sigaret. Ze kijkt vragend.  “English big probleem. No English”, zegt ze lachend. Eenmaal binnen blijkt het probleem nogal mee te vallen. De sushi die we gewoon op een plaatje aanwijzen vormt, gecombineerd met een stevig glas wodka, een prima maaltijd. ’s Avonds is de 7th Heaven bar op de 16e  verdieping van het de Vijf Hoeken gelegen Artica hotel een geliefde bestemming. De ramen van de bar bieden een prachtig weids uitzicht over de lichtjes van de stad en de haven.