april 29, 2008
Met een Trabant door Berlijn
In de voormalige DDR was de wachttijd voor een nieuwe Trabant minimaal tien jaar. Wie tegenwoordig Berlijn bezoekt, kan de meteen instappen in zo’n compact wagentje met kunststof chassis en pruttelende tweetaktmotor. Een ontdekkingstocht door voormalige Oost-Berlijn achter het stuur van een Trabant, of Trabi zoals het wagentje ook wel liefkozend wordt genoemd.

Door Boris Peters
Bij de landing op vliegveld Berlijn Tempelhof is in de verte de Fernsehturm, de ruim 365 meter hoge televisietoren goed zichtbaar. Een stukje DDR-geschiedenis dat nog steeds imponeert. In Berlijn is de geschiedenis sowieso nooit ver weg. Zo was het monumentale vliegveld Tempelhof eerst een geliefd vliegveld van de Nazi’s, die het toch al imponerende complex in 1939 door de architect Ernst Sagebiel verder lieten aanpassen aan de fascistische bouwstijl.
Later speelde het vliegveld een belangrijke rol tijdens de blokkade van Berlijn door de Sovjet Unie. Toen de sovjet Unie in 1948 alle wegen naar Berlijn te blokkeren, reageren de geallieerden hierop met een luchtbrug. Tussen 1948 en 1949 landde hier iedere paar minuten een geallieerd vliegtuig met voedsel. Een herdenkingsmonument in de vorm van het begin van een brug met drie uitlopers, in de volksmond bijgenaamd de Hongerklauw, herinnert hieraan. Het staat in een parkje direct naast de hoofdingang van het vliegveld.
Na de val van de muur in november 1989 en de daarop volgende eenwording van Duitsland, verplaatste het centrum van de stad zich Oostwaarts naar de wijk Mitte, waartoe onder meer historische plaatsen als de Brandenburg Tor, Unter den Linden, de Alexanderplatz en de Potsdamer Platz onder vallen. Plaatsen die tussen 1949 en1989 grotendeels tot Oost-Berlijn gerekend werden.
Ik heb een afspraak op de Gendarmenmarkt, een gracieus plein vlakbij de beroemde boulevard Unter der Linden. Het plein, dat in de zeventiende eeuw werd aangelegd als marktplein, is vernoemd naar een regiment Franse ‘gens d’armes, dat hier tussen 1736 en 1782 was gestationeerd. Keurig opgepoetst staan hier twee pastelblauwe Trabantjes geparkeerd. Een van de Trabantjes mag ik het komende anderhalf het mijne noemen. Een gids van Trabi-Safari, het bedrijf dat de wagentjes met gids verhuurt, staat me al op te wachten. Buiten mijzelf, is op deze koude winterdag van het bezoek, slechts één ander koppel dat zich vandaag in het Trabant-avontuur zal storten.
Na een blik onder de motorkap, waarbij ons verteld wordt hoe we met de aanwezige peilstok het benzineniveau kunnen peilen, is nestelen we ons in de autozetels. In plaats van een versnellingspook is er een hendeltje rechts van het stuur waarmee geschakeld kan worden. Een halve slag van het contactsleuteltje is voldoende om de motor aan te doen slaan. Een paar seconden later slaat het motortje even makkelijk weer af. Bij de twee poging, me nog even vergissend tussen de derde en eerste versnelling , zijn we echter echt op weg. Dat de gids naast mij in de wagen met een geheel van kunststof gemaakt chassis zit, helpt. De achtervolgende Trabi moet het doen met het commentaar via een soort boordradio.
Langzaam draaien we om het wat misschien wel het mooiste plein van Berlijn is. De 18e-eeuwse Deutscher Dom is tijdens mijn bezoek vanwege werkzaamheden vrijwel geheel ingepakt in plastic. Het evenbeeld aan de andere kant van het plein, de Französischer Dom, die vrijwel een exacte kopie van de Deutscher Dom is, is gelukkig wel te bewonderen. En ook het Schauspielhaus (schouwburg) in het midden van het plein staat er in al zijn glorie.
Niet dat ik er echt veel van zie. Want zeker het eerste kwartier eist het rare versnellingshendeltje van de Trabant het grootste deel van mijn aandacht. In de voormalige DDR was dit dé auto voor de gewone man, een geliefd bezit waarvoor de wachtlijst minstens tien jaar bedroeg. Meer dan drie miljoen werden er tussen 1959 en 1990 van gebouwd. In Berlijn schijnen er momenteel nog zo’n 3500 duizend van rond te rijden. Zelf signaleer ik er in drie winterse dagen Berlijn -buiten onze mini-colonne – overigens slechts twee.
Qua route is de keuze vandaag op de ‘Berlin Wild East’ gevallen, we rijden immers niet voor niet in een van de verworvenheden van de voormalige DDR rond. We naderen een andere momument uit de DDR-tijd de Fernsehturm bij de Alexanderplatz. Met deze televisietoren, gebouwd tussen 1964 en 1969 wilde de DDR-regering de grootsheid van haar hoofdstad uitdrukken. Met 365 meter is het nog steeds het hoogste gebouw van Berlijn. Bij mooi weer is biedt het Telecafé op ruim tweehonderd meter hoogte een prachtig uitzicht over de hele stad. Wel minimaal een half uur blijven zitten, want dat is tijd waarin het platform eenmaal om zijn as heen draait.
Achter de Alexanderplatz langs gaat het richting de Karl Marx Allee. Op de brede, statige laan, die aanvankelijk als Stalin Allee werd aangelegd maar na diens dood in 1961 werd omgedoopt, voelt mijn DDR-wagentje zich duidelijk in zijn nopjes, de rookpluimen negerend schakel ik zelfs even door naar vierde versnelling. Tussen de negentig en 125 meter meter breed maar liefst is deze boulevard die tussen 1952 en 1965 in delen werd aangelegd. Breed genoeg om als toneel voor de militaire parades van de DDR te dienen.
Lange flatgebouwen staan aan weeszijden in het eerste deel gerekend vanaf de Alexanderplatz. De oude-sobere DDR bioscopen International and Kosmos uit 1962 en 1963 zijn overigens nog steeds als zodanig in gebruik. Het mooiste gedeelte is echter het tweede gedeelte tussen de Strausberger Platz en de Frankfurter Tor. Net als langs de Lenin Allee in Moskou, die als voorbeeld diende, werden hier in perfecte symmetrie ‘paleizen voor het volk’ neergezet. Enorme flatgebouwen tot tien verdiepingen hoog zijn het met klassieke elementen als zuilen bij de ingang, torens op de hoeken bij de pleinen en een soort taartversiering langs de bovenkant.Achter deze imponerende façades bevinden overigens gewoon duizenden kleine etagewoningen. Op de gelijkvloerse etages, die deels leeg staan, zitten veel winkels, restaurants, een paar hele mooi retro-bars en opvallend veel reisbureaus. Hoewel er veel verkeer rijdt, is het dankzij de ruime opzet en de ook aardig wandelen hier.
Wij slaan af en rijden de wijk Friedrichshain in. De buurt is momenteel erg in trek bij jong en hip Berlijn. Met een bevolking waarvan bijna 50 procent jonger is dan 35 jaar zijn dat overigens nogal wat mensen in deze stad met zo’n 3,5 miljoen mensen. Net als eerder in Prenzlauerberg gebeurde vestigen zich hier veel mensen, cafés en clubs die worden aangetrokken door de (nu nog) relatief lage huren. De wijk, met veel oudere wat lagere appartement gebouwen, waarvan slechts een deel al is opgeknapt, oogt volgens de gids nog zoals het er voor de val van de muur moet hebben uitgezien.
Inmiddels redelijk aan de Trabant en de primitieve vering gewend tussen we rustig langs de East Side Galerie. Met een lengte van dertienhonderd meter is het langste stuk muur dat intact is gebleven. Zodra ik na dit stuk geschiedenis gas geef, wordt ik, tot schrik van de gids, van voren geflitst door een vallende ster. Kennelijk is zo’n Trabantje zo langzaam nog niet.
Bij Checkpoint Charlie, een van de overgangen die in de DDR tijd gebruikt werd door diplomaten en buitenlanders om de grens over te steken, zien we nog net een woud van eenvoudige houten kruizen die de slachtoffers die omkwamen bij hun pogingen om van Oost naar West te ontsnappen. Iets verder op rijden we langs een andere stuk bewaard gebleven muur. ‘Topographie des Terrors’, wordt deze plaats gelegen aan de met een permanent buitententoonstelling met foto’s en teksten tegenwoordig genoemd. Tussen 1933 en 1945 was hier, aan wat toen nog de Prinz Albrecht Strasse heette, het hoofdkantoor van de Gestapo, de administratieve leiding van de SS en de veiligheidsdienst van de SS gevestigd. Het is hier dat veel van de gruwelijkste daden van het Nazi-regime werden gepland. In de cellen van de Gestapo vonden velen de dood.


