maart 21, 2008...1:11 pm

Het andere Barcelona

Jump to Comments

Ik ben tot en met 1 april in Barcelona daarom hier een (al wat ouder) verhaal dat eerder in De Tijd (Be) verscheen.

Met enkele grote ingrepen is Barcelona erin geslaagd de vervallen wijk El Raval weer aantrekkelijk te maken voor bezoekers. Samen met El Born behoort de buurt nu tot de populairste wijken van de Catalaanse hoofdstad.

De Rambla, de 1.200 meter lange wandelpromenade die het centrum van de Catalaanse hoofdstad Barcelona doorkruist, is al decennialang de plek om te zien en gezien te worden. Het is er altijd druk. Levende standbeelden verbazen de passant, terrasjes proberen hem te verleiden even neer te zijgen. Maar waar de wandeling vroeger, nog voor de zee bereikt was, min of meer vanzelf stopte bij het beeld van Christopher Columbus, kan de wandelaar sinds de Olympische Spelen van 1992 zijn weg vervolgen tot in de haven. Een elegante loopbrug op drijvende vlonders, Rambla de Mar gedoopt, leidt naar een modern complex dat onder meer winkels, cafes en een bioscoop herbergt.

Niet alleen aan het einde van de Rambla is veel veranderd. Ook El Raval, de wijk aan de westkant van de Rambla, onderging de jongste jaren een metamorfose. El Raval lag aanvankelijk buiten de 13de-eeuwse stadsmuren. Er stonden kloosters en kerken, die in de 19de eeuw plaatsmaakten voor fabrieken, die inmiddels ook al lang weer zijn verdwenen. Drugs, prostitutie en armoede bezorgden de buurt lang een slechte reputatie. Sinds 1992 ondergaat de buurt echter een geleidelijke opknapbeurt. Rotte plekken in de wijk zijn gesloopt en goedkope pensions gesloten. Nieuwbouw kwam in de plaats. Een van de trekpleisters is nu het MACBA, het centrum voor de hedendaagse kunst uit Barcelona, gelegen aan het bij skaters populaire Placa del Angels. Het museum is ondergebracht in een blakend wit gebouw van architect Richard Meier.

In het kielzog van de musea en enkele nieuwe universiteitsgebouwen vestigen zich steeds meer trendy winkels en restaurantjes in de buurt. Zelfs lucht wordt hier nu succesvol aan de man gebracht, bewijst de Air Shop aan de Calle del Angels, nummer 20. Een concentratie van restaurants is te vinden in de Calle Doctor Dou, met onder meer Mamacafe, een voormalige kunstgalerie waar tegenwoordig de kunst van het fusionkoken wordt beoefend.

Oud

El Raval is gelukkig niet alleen maar nieuw en hip. In de Calle Hopital zijn nog winkeltjes te vinden waar de tijd tientallen jaren stil lijkt te hebben gestaan. Nog verder terug in de geschiedenis gaat de bezoeker bij het passeren van de toegangspoort van het Antic Hospital aan de Calle Hospital. Hier overleed Gaudi in 1926, de architect die zijn stempel drukte op Barcelona met bouwwerken als Casa Mila, Casa Battlo, Palau Guell en de Sagrada Familia, waaraan nog steeds gebouwd wordt. Het verhaal wil overigens dat men aanvankelijk in de zwaargewonde, slordig geklede man niet eens de vermaarde architect had herkend. De ruime, besloten binnenplaats van het ziekenhuis, met pilaren en sinaasappelboompjes, is een ware oase in het drukke stadsgewoel. In de 15de- en 17de-eeuwse gebouwen worden niet langer de zieken verzorgd, maar zijn nu een kunstacademie en de bibliotheek van Catalonie gevestigd.

Voor we El Raval achter ons laten, brengen we een bezoek aan La Boqueria, de grootste en populairste overdekte markt van Barcelona, waar het altijd zindert van de activiteit. De hoofdingang met kleurige in gietijzer gevatte ramen ligt aan de Rambla. Stokvis, verse vis, escargots, gedroogde hammen, wilde paddestoelen, vrijwel alles is er te koop. Wie er hongerig van wordt, kan proberen een barkruk aan de toog van Pinotxo’s te bemachtigen. Het populaire eetbarretje is gemakkelijk te vinden dankzij de houten Pinokkio die boven de kraam uittorent.

El Born

We steken de Rambla over en lopen het Placa Reial op, met prachtige arcaden en twee door Gaudi ontworpen lantaarns. Zeker na een regenbui, wanneer er een soort glans over de gladde stenen komt, heeft het plein een gracieuze uitstraling. Via de smalle steegjes van de gotische wijk met zijn kathedraal, gaat het richting een andere populaire wijk: El Born, gelegen achter het Picasso-museum. Net als El Raval was dit vroeger een buurt met een twijfelachtige reputatie.

Dat is duidelijk verleden tijd. In het hart van de wijk ligt de Passeig del Born, een langgerekt, met bomen omzoomd plein, waar zelfs in de winter nog vaak terrassen staan. De zijstraatjes die vanaf het plein uitwaaieren, dragen namen die verwijzen naar het soort ambachtslieden dat er vroeger gevestigd was.

In Calle Mirallers zaten de spiegelmakers, in Calle Sombrerers huisden de hoedenmakers. De jongste jaren brachten kleine winkeliers, ateliers, restaurants en ambachtslieden de bedrijvigheid terug in de buurt, waardoor een aanlokkelijke mix van een winkel- en uitgaanswijk is ontstaan. Wij laten ons bij Formatgeria La Seu (Carrer Dagueria 16) verleiden ambachtelijk gemaakte kazen en een glas wijn te proeven.

Aan een van de smalle uiteinden van de Passeig Del Born ligt de Santa Maria del Mar. De kerk, geliefd voor bruiloften, is een voorbeeld van veertiende-eeuwse Catalaanse gotiek, met eenvoudige buitenmuren en een sobere facade. Tijdens de burgeroorlog in 1936 ging veel van het interieur verloren. Wat over bleef, is er niet minder indrukwekkend door. Bijzonder is de grote afstand tussen de steunpilaren. De hoge, achthoekige steunpilaren in het schip staan maar liefst 13 meter uit elkaar. Nog verder en de kerk zou instorten.

Van een geheel andere aard is het Palau de la Musica Catalana aan de calle Sant Francesc de Paula 2. Niets geen eenvoud en bescheidenheid hier. Het gebouw uit 1908 straalt met al zijn krullen, versierselen, beelden, mozaieken en prive-loges een enorme weelde uit. De blikvanger in het gebouw van de Catalaanse architect Lluis Domenech i Montaner is het kleurige glas-in-loodplafond in de art-nouveauconcertzaal.

Eten bij Angel

Voor de lunch verlaten we El Born en lopen via een hoekje van het uitgestrekte Parc de Ciutadella, waar de wereldtentoonstelling van 1888 werd gehouden, richting de Calle Napols. In de Calle Napols is, in een pand dat oogt als een uitdragerij, restaurant Angel verstopt.

Een oud Jezus-beeld en een schilderij van een zigeunermeisje dienen als decoratie. Op enorme tafels staan enkele schotels met worst, een assortiment kaas en varkensreuzel.

De clientele is een mengeling van kantoorpersoneel in pak, werklui en mannen die de pensioengerechtigde leeftijd bereikt hebben. Angel, de eigenaar die de zaak al zo’n dertig jaar runt, is een zwaarlijvige man met zweetpareltjes onder zijn zwarte krullen. Bestellingen opnemen doet hij niet.

Uit zijn minuscule keukentje, waar het een enorme puinhoop is, voert hij gewoon de ene schaal na de andere aan. Gefrituurde inktvisringen, kip, levertjes, een enorme tortilla en een steak bereiken ons bord. Tussen het koken door stapt Angel zelf nog even de deur uit om aan de overkant extra drank in te slaan.

De maaltijd op zich is de moeite waard, maar het zijn de bezoekers, en dan met name de gepensioneerde mannen die hier vrijwel dagelijks zitten, die eten bij Angel tot iets bijzonders maken.

Als zij zijn uitgetafeld en de koffie met cognac op tafel staat, komen twee gitaren tevoorschijn en worden uit volle borst liederen gezongen. Een tengere man, bijna 80, steelt de show. In zijn bescheiden borstkas blijkt een indrukwekkende, geschoolde operastem te huizen. Voorlopig willen we hier niet meer weg.

Reageer