april 6, 2008...8:19 am

De Serres van Laken

Jump to Comments

Dit verhaal verscheen op 5/4/2008 in de regionale Wegenerkranten

Normaal zijn ze gesloten voor gewone bezoekers, maar eens per jaar gaan de poorten van de Koninklijke Serres van Laken in Brussel enkele weken open. Boris Peters ging alvast kijken in de ‘glazen stad’

Een uitstapje naar de Ser­res van Laken in Brussel is een beetje als op be­zoek gaan bij de Konink­lijke familie. Om bij het uit staal en glas opgetrokken archi­tectonische hoogstandje te komen, moeten namelijk de erehekken van het Kasteel van Laken gepasseerd worden. In het kasteel wonen prins Filip en prinses Mathilde. Ko­ning Albert II en koningin Paola wonen aan de overkant in het Kas­teel van het Belvédère.
Eenmaal door de hekken is er aan de linkerkant de bijna honderd me­ter lange Oranjerie. Dit uit steen opgetrokken gebouw waar planten in kunnen overwinteren, werd ge­bouwd in opdracht van koning Willem I der Nederlanden. Het Kasteel van Laken was van 1815 tot de onafhankelijkheid van België in 1830 namelijk zijn zomerresiden­tie. De Oranjerie geeft toegang tot de serres, die samen een soort gla­zen stad vormen, met duizenden unieke bloemen- en planten als be­woners.
Het was Koning Leopold II die in 1868 besloot om een wintertuin te laten bouwen, direct naast de al be­staande Oranjerie. Leopold was een van de grootste bouwheren van zijn tijd en zijn opdrachten hebben een duidelijke stempel ge­drukt op het hedendaagse Brussel.
Hij was ook een groot kenner van bloemen en planten. Voor de win­tertuin en het serrecomplex dat er­na gebouwd werd, tekende de ar­chitect Alphonse Balat, een leer­meester van de beroemde art-nou­veau- architect Victor Horta. De bouw van de wintertuin begon in 1874 en duurde twee jaar, waarna er nog tot 1880 aan de inrichting werd gewerkt.
Via een pad worden bezoekers door de enorme, ronde serre ge­leid, die een diameter van ruim 57 meter heeft en ruim 25,6 meter hoog is. Een glazen kroon siert de koepel van de serre, waarin de ko­ninklijke familie soms ontvangsten houdt. Veel van de palmbomen in deze kas zijn nog in de tijd van Le­opold II geplant.
De variatie is groot. Zo zijn er on­der meer kaneelbomen uit Sri Lan­ka, palmen uit China en Japan en een meelbanaanboom uit Azië.
Om van de prachtige tropische kas te genieten, hoef je zeker geen ken- ner te zijn. Het binnenvallende licht, de enorme glasoppervlakken en de bloeiende bloemen zijn op zichzelf al indrukwekkend genoeg.
Mooi is ook de goed zichtbare, lichtgroen gekleurde ijzeren draag­constructie van de serre.
Vanuit de wintertuin, die ook wel Grote Rotonde wordt genoemd, leidt het Grote Bijgebouw der Pal­men naar de Congoserre. Boven de doorgang zijn de initialen van Leo­pold in het ijzerwerk verwerkt, zo­als dat ook op enkele andere plek­ken in het serrecomplex het geval is. Leopold II stichtte in Congo zijn eigen vrijstaat, waarvan hij ook het staatshoofd was. Onder het mom dat hij de inheemse be­volking wilde bevrijden van de Arabische slavendrijvers en het Christendom wilde introduceren, reageerde hij weinig fijnzinnig en onttrok grote kapitalen aan het land. In 1908 werd Congo overi­gens een Belgische kolonie, die pas in 1960 onafhankelijk werd.
De in 1886-1887 gebouwde Congo­serre was aanvankelijk, zoals de naam al suggereert, bestemd voor planten uit Congo. De tropische ve­getatie uit Afrika sloeg, bij gebrek aan voldoende zonuren, echter niet aan. Daarom werd uitgeweken naar subtropische planten, die min­der zonlicht nodig hebben.

Wie nu door de vierkan­te serre loopt, geniet onder meer van enor­me, krullerige varens in allerlei variëteiten en van Austra­lische palmen, rubberplanten en bergmos. Eenjarige bloemen zor­gen voor de kleurige accenten. Een witte trap leidt naar de wat lager gelegen Embarcadère, die uit twee gedeeltes bestaat. Het eerste gedeel­te is een overkoepelde vierkante serre met twee zijvleugels waarin twee beelden: Avond en Dageraad.
Naast kaneelbomen staan hier ro­ze trosbloemen in potten die Leo­pold II ooit uit China meenam.
Een doorgang leidt naar het twee­de gedeelte van de serre. Hier kan de bezoeker ook naar buiten om een deel van het enorme koninklij­ke domein te bezoek.
Een wandeling door het glooiende park is de moeite waard. Het uitge­strekte park is een groene oase van rust in de drukke stad Brussel. Dat wordt nog eens benadrukt bij de grote vijver, vanwaar er een fraai uitzicht over de drukte en het be­ton van de Europese hoofdstad is.
In het park kan ook het beeld­houwatelier van koningin Elisa­beth ( 1876- 1965), een hoeve-achtig gebouw met rieten dak, bezocht worden. De erachter gelegen Aza­leaserre is qua bouw niet zo bijzon­der, maar de honderden azalea’s, die op wonderbaarlijke wijze alle­maal gelijktijdig bloeien, des te meer. Het is een golvende zee van bloemen in alle kleuren-varietei­ten. Van zacht roze tot donker­rood.
Terug naar de serres, waarvan er één, de IJzeren Kerk, aanvankelijk een heuse kerk was met plaats voor achthonderd kerkgangers. Te­genwoordig is in deze serre een zwembad voor de koninklijke fami­lie ondergebracht. Helaas is deze ruimte niet toegankelijk voor be­zoekers. Het verhaal wil dat het zwembad ook de reden is waarom de nabijgelegen Japanse toren niet beklommen mag worden en dat al­leen de eerste etage ervan in ge­bruik is als museum. Vanaf de ho­gere verdiepingen is er namelijk een goed uitzicht op het zwembad.
Reageren? redactie. reizen@wegener.nl

De Koninklijke Serres van Laken zijn te bezoeken van zaterdag 19 april t/m maandag 12 mei.
Maandag is sluitingsdag, met uit­zondering van 12 mei.
Dinsdag, woensdag, donderdag, za­terdag en zondag van 9.30 tot 16.00 uur, vrijdag van 13.00 tot 16.00 uur.
Avondopenstelling: vrijdag tot en met zondag van 20.00 tot 22.00 uur.
Dinsdag 22 april is voorbehouden aan mindervaliden.
De ingang is langs de erehekken van het Kasteel van Laken aan de Ko­ninklijke Parklaan in Brussel.
www.monarchie.be


Leave a Reply