juli 15, 2008...8:01 pm

Op de pedalen vanuit Gent

Spring naar reacties

Dit verhaal verscheen eerder in de Regionale Wegenerkranten – Spectrum 12/07/2008

HET SFEERVOLLE GENT IS DE IDEALE UITVALSBASIS VOOR MOOIE FIETSTOCHTEN. MET DE VOLTOOIING VAN TWEE NIEUWE FIETSNETWERKEN KAN IEDEREEN EENVOUDIG ZELF FIETSROUTES UITZETTEN DOOR GEHEEL OOST-VLAANDEREN.

BORIS PETERS

Een paar eenden staan met hun po­ten in de modder van de zeer laagstaande Schelde. Een smal fiets­pad loopt over de dijk. Net onder de dijk lonkt het terras van een klein café. Het centrum van Gent lijkt hier kilometers ver weg, toch is het nog slechts een kwartiertje geleden dat de fietsen uit de garage van een Gents hotel werden ge­haald.


In de Oost-Vlaamse stad Gent is het goede leven nooit ver weg. In de historische binnenstad vechten de Sint-Baafskathedraal, de middel­eeuwse burcht het Gravensteen en het ruim 95 meter hoge Belfort om de aandacht. ’s Avonds lonken de restaurants in de smalle middel­eeuwse straatjes van het Patershol.
In de vele kroegen is het daarna tot diep in de nacht goed borrelen bij een speciaalbier of een druppelke, de lokale benaming voor jenever.
Minder bekend is dat Gent ook uit­stekend te gebruiken is als uitvals­basis voor ontspannen fietstoch­ten. ’s Avonds genieten van bijvoor­beeld een GentseWaterzooi, een met veel room aangedikte bouil­lon, ruim voorzien van kip of vis, groenten en aardappelen, verge­zeld van een streekbier, om vervol­gens ’s ochtends vanuit je hotel in tien minuten met de fiets midden in de natuur te staan. Dankzij de ‘fietsnetwerken’ met hun ‘knoop­puntensysteem’ stippel je in een handomdraai een mooie route uit.
Begin deze maand zijn de nieuwe fietsnetwerken Scheldeland en Waasland voltooid. Samen met de al bestaande fietsnetwerken Leie­streek- Oost, Vlaamse Ardennen en Meetjesland is nu het volledige grondgebied van Oost-Vlaanderen voorzien van knooppunten. Zo’n knooppunt is een plek waar fiets­wegen elkaar kruisen, voorzien van een nummer. Op elk knoop­punt wordt duidelijk de richting naar volgende knooppunten aange­geven. Die knooppunten staan ook duidelijk aangeven op de fietsnet­werkkaart. De route is van tevoren eenvoudig uit te stippelen, waarna de knooppunten op een soort baga­gelabel voor aan het fietsstuur ge­hangen worden. Vervolgens is er de hele dag geen kaart meer nodig. Alleen voor de rit dwars door Gent naar het eerste knooppunt komt er even een kaart aan te pas. Door het Citadelpark, waarin het Mu­seum voor Schone Kunsten en het aan actuele kunst gewijde S.M.A.K zijn gehuisvest, gaat het via de Sint Pieters Abdij met zijn eigen wijngaard midden in de stad, langs het Klein Begijnhof naar knooppunt 6: het vertrekpunt voor vandaag.
Verkeer is er nauwelijks, alle knooppuntroutes leiden langs smalle weggetjes, ongeasfalteerde paden, bospaden, steegjes en ande­re plekken waar nauwelijks of geen gemotoriseerd verkeer verschijnt.
Was het vertrek voor de tocht niet pas na het middaguur geweest, dan was restaurant Stapsteen in Heus­den een verleidelijke plek voor de lunch geweest. Het restaurant is in de streek bekend vanwege zijn goe­de ‘paling in het groen’, die niet al­leen in het restaurant, maar ook op diverse markten aan de man wordt gebracht. De paling, die ook bij veel andere restaurant op de kaart staat, wordt niet meer zoals vroeger in de Schelde en de wate­ren eromheen gevangen, maar wordt tegenwoordig ingevoerd, waarna de vissen nog enkele we­ken in grote bakken in het Schelde­land mogen rondzwemmen om te verwateren.
Wel wordt er gestopt in Destelber­gen, waar de bekende circusfamilie Malter het dierenpark Harry Mal­ter uitbaat. Voor een drankje op het terras hoeft geen entree te wor­den betaald. Gezinnen met wat kleinere kinderen vinden hier on­der meer de olifant Suzy, hangbuik­zwijntjes, geiten, kippen, kangoe­roes en pony’s en kamelen waarop een ritje gemaakt kan worden.
Langs de Schelde staan veel buiten­verblijven en kasteeltjes, gebouwd door de vroegere textielbaronnen uit de stad Gent. Het meest beken­de is het Kasteel van Laarne. Het oudste gedeelte van deze zeer goed­bewaarde vijfhoekige waterburcht met vijf torens dateert uit de twaalfde eeuw.
Rond de rivier werd ook turf ge­wonnen in zogeheten turfputten.
Tegenwoordig staat er water in en zijn ze ontwikkeld tot kleine me­ren. In de buurt van Lokeren staan hectaren vol met begonia’s en aza­lea’s. In kassen én buiten, waar ze voorzien zijn van enorme berege­ningsinstallaties.
Na een stevige fietstocht is het goedbijkomen in het fietsvriendelij­ke hotel. Na wat rust en een bad, lonkt de gezellige drukte van het centrum. De fraai gerestaureerde historische gevels aan de Koren- en vooral de Graslei aan de overkant van het water krijgen bijna iets ma­gisch in de avondgloed. De zondag­markten in het centrum, waar je achtereenvolgens langs de bloe­men-, de kunst- en curiosa-, de vo­gel- en kleine
dierenmarkt en de gewone markt kunt slenteren, is voor een volgende keer.


De volgende dag gaat het langs het Sint Pieter treinstation rustig fiet­send richting de Leie, die langs de jachthaven de stad uit leidt. Groep­jes wielrenners in volledig tenue vliegen zo nu en dan met grote vaart voorbij. Langzamer gaan de joggers, die alleen of als duo’s langs het water draven. Langs Af­snee loopt de weg richting Dron­gen. Aan de overkant van het wa­ter strijkt een zwerm ganzen neer.
In Drongen domineert de Oude Abij het dorpsaangezicht. Overal langs de Leie staan prachtige villa’s met aanlegsteigers. Op het water toeren vandaag daarentegen voor­namelijk piepkleine, gehuurde bootjes. Een aantal fietsers bedient zelf een pontje naar de overkant.
Verderop, in het gehucht Baarle, is de pont voorzien van een veer­man, die de recreanten gratis over­zet. Direct naast de aanlegsteiger tracht een restaurant de passanten te verleiden.
Rond Deurle leidt een smalle, half verharde weg langs een prachtig golfterrein met nog mooiere villa’s eromheen. Het weer is ideaal. Zon­nig, maar niet te warm. Dus wordt de kaart erbij gehaald en aan de hand van knooppunten wordt de route uitgebreid tot Ooidonk. Een kasseienweg leidt daar onder de Blauwe Poort door naar het kasteel van Ooidonk, in privé-bezit van Juan ’t Kint de Roodebeeke.
Na twee keer verwoest te zijn, werd het na 1579 weer opgebouwd in Renaissancestijl. Het kasteel kan qua aanzicht en uitstraling wedijve­ren met de Franse kastelen langs de Loire. Een vriendelijk meisje bij het Poorthuis meldt dat het kasteel nog niet open is, maar dat de tuin tegen betaling van een euro kan worden bezocht. „Het is een mooie tijd om foto’s te maken.
Straks na tweeën, als het kasteel zelf ook toegankelijk is, kun je hier over de hoofden lopen”, voegt ze eraan toe. En inderdaad, in de ele­gante, bescheiden paleistuin is het nog heerlijk rustig. Maar de kilome­ters beginnen te tellen voor de on­getrainde benen, dus langzaam gaat het weer richting Gent. De knooppunten wijzen de weg.

1 Reactie

  • Het Vlaamse fietsknooppuntennetwerk: als je het mij vraagt de beste uitvinding sinds het wiel. Laarne, Ooidonk, Gentse waterzooi, een mens zou van minder watertanden…


Reageer